15-jarig Baha'i-wonderkind verbannen van school...

Een 15-jarige elite-Baha'i-scholier in Karaj bij Teheran mocht zijn opleiding niet voortzetten vanwege zijn geloofsovertuiging.

Volgens het Human Rights News Agency mocht Adib Vali zich niet inschrijven voor de tiende klas. Ondanks het feit dat hij verschillende medailles voor zijn prestaties heeft ontvangen, kreeg hij gisteren in een telefoontje van de directeur van de Salamschool te horen dat hij zijn studie op de school niet kon voortzetten.

Adib had op de Salamschool de klassen 7 t/m 9 gevolgd en was de beste van zijn klas.

Een geïnformeerde bron zei dat de elite-Baha'i-scholier van verder onderwijs werd uitgesloten nadat hij in een schoolformulier geschreven had dat hij Baha'i was 

"Vorige week werden zijn dossiers overgebracht van het eerste jaar naar het tweede jaar van de middelbare school. Hij kreeg een formulier om zijn persoonlijke gegevens in te vullen. In het formulier stond een vraag over zijn religie", aldus de bron.

"In de Baha'i-religie worden eerlijkheid en waarheid onderwezen en aangemoedigd, daarom schreef Vali zijn ware religie op. Het schoolpersoneel zei dat het probleem aan hun superieuren in Teheran zou worden voorgelegd."

Hij kreeg toen te horen dat hij zijn studie niet kon voortzetten.

Adib Vali heeft verschillende eerste-plaats-medailles ontvangen in internationale robotica- en Kunstmatige-Intelligentie-wedstrijden, en is ook de hoogst scorende student in zijn categorie.

Volgens het rapport werd de vader van Adib, Payam Vali, ook al gediscrimineerd door het regime. Zijn bedrijf werd 12 jaar geleden gesloten op bevel van de rechtbank. Zijn beroep tegen de sluiting bij het Hooggerechtshof en andere justitiële organisaties heeft geen succes gehad.

De oom van Adib, Afshin Vali, werd in 1990 op 12-jarige leeftijd door extremisten in het dorp Hossein Abad in de provincie Alborz vermoord nadat het regime had aangekondigd dat het doden van Baha'is toegestaan was. Adib's vader, die toen 10 jaar oud was, vond het lichaam van zijn 12-jarige broer in een put.

Hoewel Baha'i-burgers systematisch worden verbannen van de universiteiten, worden ze soms ook verbannen van lagere onderwijsinstellingen.

De Iraanse bahá'ís worden beroofd van de vrijheid van godsdienst, die is vastgelegd in artikel 18 van de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen.

"Eenieder heeft recht op vrijheid van mening, geweten en godsdienst; dit recht omvat de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid om, hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé, zijn godsdienst of overtuiging te belijden in het onderwijs, in de praktijk, in de eredienst en in het naleven van de geboden en voorschriften".

Onofficiële bronnen melden dat er meer dan 300.000 mensen zijn die het Bahá'í-geloof in Iran aanhangen. De grondwet van de Islamitische Republiek Iran erkent echter alleen de Islam, het Christendom, het Jodendom en het Zoroastrisme, en erkent het Bahá'í-isme dus niet.

Sinds de Islamitische Revolutie van 1979 worden de Iraanse Baha'i systematisch vervolgd in het kader van het regeringsbeleid. Tijdens het eerste decennium van deze vervolging werden meer dan 200 Baha's gedood of geëxecuteerd, werden honderden anderen gemarteld of gevangengezet en verloren tienduizenden hun baan, toegang tot onderwijs en andere rechten - en dat alles uitsluitend vanwege hun geloofsovertuiging.

De vervolging van de Iraanse Baha's is nog steeds aan de gang, zo kwijnen tientallen Baha's weg in Iraanse gevangenissen in heel Iran.