Ebrahim Raisi moet berecht worden voor misdaden tegen de menselijkheid

Ebrahim Raisi, Iran, 1988 massacre

Ebrahim Raisi moet voor de rechter worden gebracht voor misdaden tegen de menselijkheid

Op de Internationale Dag voor slachtoffers van foltering eisen wij gerechtigheid voor slachtoffers van foltering en executie in Iran

Ebrahim Raisi moet voor de rechter worden gebracht voor misdaden tegen de menselijkheid

26 juni, de Internationale Dag voor slachtoffers van foltering, is een door de Verenigde Naties gesponsorde werelddag om slachtoffers van foltering over de hele wereld te eren en te steunen. Dit jaar valt deze internationale dag samen met het presidentschap van Ebrahim Raisi, de "beul van het bloedbad van 1988" in Iran. De voorbije vier decennia was Raisi betrokken bij enkele van de ergste vormen van repressie, foltering, moord en misdaden tegen de menselijkheid tegen Iraanse vrouwen en jongeren.

Na de revolutie van 1979, onder Khomeini, werd Ebrahim Raisi verkozen tot religieuze rechter. Hij was tevens lid van de doodscommissies die in 1988 op bevel van Khomeini meer dan 30.000 politieke gevangenen terechtstelden als onderdeel van een massamoord. Zijn recente staat van dienst als hoofd van de rechterlijke macht van het klerikale regime wordt gekenmerkt door de afslachting van meer dan 1.500 en de arrestatie en detentie onder foltering van ten minste 12.000 demonstranten in november 2019.

Uit recent onderzoek van Iraanse academici aan universiteiten in de VS en het VK blijkt echter dat het aantal doden tijdens de opstand van november 2019 meer dan drie keer zo groot is. Het onderzoek dat met grote nauwkeurigheid uitgevoerd werd, geeft aan dat het aantal overledenen in november 2019 4.200 meer was dan de maand ervoor in oktober en 4.900 meer dan de daaropvolgende maand december. Het werkelijke aantal martelaren is dus ongeveer drie keer meer dan de 1.500 die destijds door het verzet werden gemeld.

Het collectieve geweten van de Iraanse samenleving is ernstig getekend door het bloedbad in de zomer van 1988 en de wrede afslachting van demonstranten in november 2019.

De secretaris-generaal van Amnesty International, Agnès Callamard, verklaarde: "Dat Ebrahim Raisi is opgeklommen tot president in plaats van te worden vervolgd voor de misdaden tegen de menselijkheid, namelijk moord, verdwijningen en martelingen, is een grimmige herinnering aan het feit dat straffeloosheid hoogtij viert in Iran."

 

Foltering van vrouwen

Tijdens het bewind van de mullahs in Iran zijn meer dan 45 soorten foltering gebruikt tegen politieke gevangenen in Iraanse gevangenissen:

Geseling, afranseling, ophanging aan het plafond, verbranding, het inbrengen van scherpe voorwerpen (waaronder hete metalen voorwerpen) in het lichaam, het uittrekken van nagels, verkrachting, blindmaking, amputatie en schijnexecuties zijn aan de orde van de dag.

De druk op en foltering van vrouwelijke gevangenen is dubbel zo intens en wreed. Tot de misdaden behoren het verkrachten van vrouwen voor de ogen van hun echtgenoten en het martelen en/of doodschieten van zwangere vrouwen.

Afschuwelijke martelmethoden voor vrouwen

- Zahra Kazemi, een Iraans-Canadese journaliste: zij werd op 23 juni 2003 gearresteerd toen zij een bijeenkomst fotografeerde van families van gevangenen voor de Evin-gevangenis. Zij werd tijdens haar gevangenschap gefolterd en overleed op 11 juli 2003 in het Baqiyatallah Militair Hospitaal. Uiteindelijk werd bekend dat Kazemi in de gevangenis was verkracht.

- Tahereh Habibifard in de gevangenis van Shiraz: Tahereh was 4 maanden zwanger op het moment van haar arrestatie. Zij was een aanhanger van de PMOI. Agenten sloegen spijkers in haar borst terwijl ze haar zweepslagen gaven. De agenten sneden vervolgens drie van haar vingers af. Haar lichaam werd zo ernstig verbrand dat delen ervan volledig werden vernietigd. Tijdens haar executie met de kogel raakte een van die kogels Tahereh in de maag, en haar foetus viel op de grond. Haar echtgenoot werd op dezelfde dag ook geëxecuteerd.

- Maryam Mohammadi Bahmanabadi in de Evin-gevangenis: Maryam werd in 1981 gearresteerd en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Zij liep een gescheurd trommelvlies op als gevolg van martelingen. Behalve dat ze werd onderworpen aan de zweep en de kabel, werd ze verschillende keren opgehangen voordat haar halfdode lichaam naar beneden werd gehaald. Haar ruggengraat werd bewust dusdanig beschadigd dat zij nooit meer een normaal leven zou kunnen leiden. Haar broer, Mohammad Reza, werd geëxecuteerd nadat hij in het bijzijn van Maryam zwaar was gemarteld.

- Azam Taghdareh in de Evin-gevangenis: Azam werd opgehangen in Evin in september 1988. Vóór haar executie werd zij ernstig gewond aan haar benen waarbij een deel van een voet moest worden geamputeerd als gevolg van marteling tijdens een mislukte operatie.

- Razieh Amari in de gevangenis van Tabriz: Razieh werd gearresteerd in Mashhad. Hoewel ze zwanger was, werd ze ernstig gefolterd voor ze naar de gevangenis van Tabriz werd overgebracht. Daar werd ze nog meer gemarteld. Haar celgenoot schreef: "Haar nieren bloedden constant, en ze had een brandwonde van een sigaret op haar borst."

- Mah Monir Moadab in de Tabriz-gevangenis: Volgens haar celgenoot: "Toen ik haar zag, zei ze dat ze meer dan 160 keer gegeseld was. Ze had stuiptrekkingen en viel steeds weer in coma. Een paar dagen later werd ze door de IRGC overgebracht naar de rechtbank, waar ze nog eens 100 keer werd gegeseld. Alles wat van haar overbleef waren aderen en huid en botten. Ze zei dat ze haar al een paar dagen geen water hadden gegeven. De botten in haar ruggengraat waren gevuld met pus; er sijpelde pus uit een gat in haar lichaam ...".

- Elaheh Daknama in de Adelabad-gevangenis in Shiraz: Elaheh werd zwaar gemarteld en tenslotte doodgeschoten in de Adelabad-gevangenis. Toen de autoriteiten haar lichaam aan haar familie overhandigden, droeg ze kleding met daarop geschreven dat ze zeven keer was verkracht voor ze werd doodgeschoten.

Martelingen in gevangenissen en detentiecentra in recenter jaren

- Negar Haeri, een advocate en voormalig politiek gevangene, werd op 18 mei 2015 voor het Evin-gerechtshof gedaagd. Ze werd een hele dag ondervraagd, gemarteld, onder druk gezet en bedreigd door ondervragers op de vrouwenafdeling van de Evin-gevangenis en daarna 9 dagen opgesloten in een isolatiecel.

- Zeinab Jalalian werd in maart 2008 gearresteerd op beschuldiging van samenwerking met een Koerdische oppositiepartij en uiteindelijk veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De gezondheid van deze politieke gevangene werd door de martelingen en de omstandigheden in de gevangenis voorgoed geknakt. Zij wordt gefolterd omdat zij een televisie-interview gegeven en gedwongen bekentenissen afgelegd had.

- Farideh Khoshnam, 32 jaar, uit Takab, heeft een bachelordiploma in de rechten. Zij werd op 30 juli 2004 gearresteerd en veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf, 80 zweepslagen en interne verbanning naar de gevangenis van Kerman. Mevr. Khoshnam werd tijdens het verhoor in het detentiecentrum van het Departement van Inlichtingen in Takab op wrede wijze gefolterd en raakte ernstig gewond aan oog en benen.

- Shokoufeh Yadollahi, een Soefi-vrouw, die in de gevangenis van Qarchak werd vastgehouden, verloor haar reukvermogen nadat zij bij haar arrestatie en foltering was geslagen.

- De vrouwen van Gonabadi-derwisjen werden op 13 juni 2018 geslagen met een knuppel en een elektrische prikstok in de Qarchak-gevangenis in Varamin.

- Mary Mohammadi, een politieke gevangene en christelijke bekeerlinge, werd tijdens haar verhoor onderworpen aan fysieke en seksuele marteling. Naast slagen voerden vrouwelijke gevangenisbewaarders ook een lichamelijk onderzoek bij haar uit. Tijdens het onderzoek dwongen de agenten Mary om al haar kleding uit te trekken waarna ze haar dwongen om herhaaldelijk hurkzitjes te doen. De agenten hadden gedreigd haar met geweld uit te kleden indien zij niet zelf haar kleren uittrok.

- Shahla Mohammadiani, 28 jaar, werd 67 dagen lang ondervraagd en gefolterd in eenzame opsluiting in de cellen van de inlichtingendienst van Mahabad. Heiman Mohammadiani, de broer van de gevangene, zei dat zijn zus zodanig was gemarteld dat haar linkerschouder alle kracht had verloren.

- Afsaneh Bayazidi schreef over de martelingen en mishandelingen waaraan zij tijdens haar detentie werd blootgesteld. "Ik werd 90 dagen lang gemarteld met alle denkbare middelen. Aanvankelijk kon ik door de wrede martelingen niet op mijn voeten lopen. Mijn benen en rug waren gekneusd. Ik werd minstens twee keer gedurende meerdere uren aan mijn voeten en handen opgehangen. Ze gebruikten alle methoden om bekentenissen van mij los te krijgen. Ze dreigden ook met verkrachting. Ik werd 11 dagen vastgehouden in het toilet van het detentiecentrum van de inlichtingendienst, en ik kreeg eten op dezelfde plaats. Elke nacht trapten agenten tegen de deur, zodat ik niet kon rusten. Ze noemden me een prostituee."

- Politiek gevangene Massoumeh Senobari, en 33-jarige moeder, werd op 24 februari 2019 gearresteerd en meegenomen voor verhoor. Haar been brak terwijl ze tijdens het verhoor wreed werd gemarteld. De onderkant van haar voet werd gebroken, en ze zag alleen nog maar wazig, dit naast andere kwalen als gevolg van de martelingen. Onlangs kreeg zij ook nog pijn in de borst ten gevolge van een gezwel waarvan men vermoedt dat het kanker is.

- Zahra Safaei, 58, kreeg op 27 oktober 2020 een hartaanval nadat ze was lastiggevallen en mishandeld door functionarissen van de Qarchak-gevangenis.

- Politieke gevangenen Zahra Safaei en Golrokh Iraee werden op 2 november 2020 door een gewone medegevangene met de dood bedreigd. Mevr. Safaei werd ook met knuppels tegen het hoofd geslagen tijdens een gewelddadige inval op 13 december 2020, toen 20 gevangenisbewakers Afdeling 8 binnenstormden en alle politieke gevangenen bruut mishandelden.