Europese politici roepen de Verenigde Naties op het bloedbad van 1988 in Iran te onderzoeken en de verantwoordelijken hiervoor te vervolgen

 

14 september 2017

 

Ze dringen er bij de Europese regeringen en de EU op aan de betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran aan voorwaarden te binden om een einde te maken aan de reeks terechtstellingen en een duidelijke vooruitgang op het gebied van de mensenrechten te bereiken.

Woensdag, 13 september 2017, hebben de Vrienden van een Vrij Iran in het Europese Parlement (FOFI) een conferentie in het hoofdkwartier van het Europese Parlement in Straatsburg gehouden waaraan tientallen Europese parlementariërs deelnamen. Ze riepen de Raad van de Europese Unie, de lidstaten en de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, Federica Mogherini, op het stilzwijgen te verbreken en in actie te komen m.b.t. de brute schending van de mensenrechten in Iran. Meer in het bijzonder eisten zij een onafhankelijk onderzoek door de Verenigde Naties naar het bloedbad onder 30.000 politieke gevangenen in Iran in 1988 en de voorbereiding van een proces tegen de verantwoordelijken voor deze misdaad.

De zitting werd voorgezeten door Gérard Deprez, Europees parlementariër (ALDE-Groep), voorzitter van FOFI, dat door ca. 300 parlementariërs van verschillende groeperingen en landen gesteund wordt. Op deze zitting was Mohammad Mohaddessin, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken van de politieke coalitie, de Nationale Raad van het Verzet van Iran, de gastspreker, en verschillende leden van het Europese Parlement namen deel aan de discussies.

Verwijzend naar het recente rapport van de Speciale UNO-Verslaggever voor de Situatie van de Mensenrechten in Iran, waar in Artikel 7 het bloedbad van 1988 uitvoerig ter sprake komt, riepen sprekers de Algemene Vergadering van de UNO, die volgende week in New York bijeenkomt, op een onderzoekscommissie naar het bloedbad in te stellen en verzochten de UNO-Veiligheidsraad deze zaak te verwijzen naar het Internationale Strafgerechtshof ter vervolging van de verantwoordelijken voor deze misdaden.

Europese parlementariërs benadrukten dat onverschilligheid ten opzichte van deze zware, sinds de Tweede Wereldoorlog ongeëvenaarde misdaad het Iraanse regime extra aangemoedigd heeft om door te gaan met zijn massaterechtstellingen en schendingen van internationale normen. Stilzwijgen over deze misdaden vanwege handelsbelangen is schandelijk, en indien dit vanwege de nucleaire deal gebeurt, dan zou het erg naïef zijn. Het regime interpreteert het als een teken van krachteloosheid ten aanzien van een dergelijke barbaarsheid.

 

In juli bijvoorbeeld werden 101 gevangenen terechtgesteld. De Hoge UNO-Commissaris voor Mensenrechten zei in zijn openingstoespraak in de UNO-Raad voor Mensenrechten op 11 september 2017: “Sinds begin dit jaar zijn minstens vier kinderen ter dood gebracht, en minstens 89 verdere kinderen verblijven in een dodencel.”

De parlementariërs omarmden het 10-punten-platform van oppositieleidster Maryam Rajavi, dat oproept tot democratie, secularisme, respect voor de mensenrechten, afschaffing van de doodstraf in Iran, en vrede en rust in de regio. Ze benadrukten bovendien er op basis van de 38-jarige ervaring met dit regime van uit te gaan dat zolang deze religieuze dictatuur heerst, de onderdrukking in Iran en terrorisme en fundamentalisme in de regio zullen blijven bestaan.

De zogenaamde presidentsverkiezingen in mei waren eigenlijk ondemocratisch, omdat er geen kandidaten van de oppositie waren. In de eerste vier jaar van het presidentschap van Hassan Rouhani werden meer dan 3.000 mensen terechtgesteld, waardoor Iran de wereldkampioen in het aantal terechtstellingen per hoofd van de bevolking is. Hij heeft terechtstellingen de kracht van de wet en van goddelijke wetten genoemd.

De Speciale UNO-Verslaggever voor Iran schreef in haar recente rapport: "Tussen juli en augustus 1988 werden duizenden politieke gevangenen, mannen, vrouwen en teenagers conform een fatwa van de toenmalige Opperste Leider, Ayatollah Khomeini, terechtgesteld …

Het rapport levert de bewijzen en “de namen van de functionarissen die de terechtstellingen uitgevoerd en gerechtvaardigd hebben, waaronder de huidige minister van justitie, een in functie zijnde rechter van de hoogste rechtbank en het hoofd van een van de grootste religieuze stichtingen in het land en kandidaat bij de presidentsverkiezingen afgelopen mei.”

Het rapport meldt verder: “Pas onlangs werden deze dodingen door sommigen in de hoogste kringen van de staat toegegeven. De families van de slachtoffers hebben recht op de waarheid omtrent deze gebeurtenissen en omtrent het lot van hun geliefden zonder represailles te hoeven vrezen. Ze hebben recht op genoegdoening, inclusief het recht op een effectief onderzoek naar de feiten en publieke bekendmaking van de waarheid; en het recht op rehabilitatie. De Speciale Verslaggever roept derhalve de regeringen op ervoor te zorgen dat een grondig en onafhankelijk onderzoek naar deze gebeurtenissen wordt ingesteld.”

De Europese parlementariërs betreuren het stilzwijgen van Mevr. Mogherini omtrent het bloedbad van 1988 en, meer in het algemeen, haar stilzwijgen omtrent de onderdrukking van vrouwen en de mensenrechtenschendingen in Iran. “Dit stilzwijgen van onze Hoge EU-vertegenwoordiger moedigt de mullahs alleen maar aan om met hun misdaden in Iran door te gaan. Dit is erg slecht voor de reputatie van Europa.

“Wij in het Europese Parlement, die de gekozen vertegenwoordigers van het Europese volk zijn, moeten de Europese waarden verdedigen, d.w.z. democratie, mensenrechten, vrouwenrechten, scheiding van kerk en staat”.

Europese parlementariërs drongen er bij de Europese regeringen en de EU op aan de betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran aan voorwaarden te binden om een einde te maken aan de reeks terechtstellingen en een duidelijke vooruitgang op het gebied van de mensenrechten te bereiken.

 

Bureau van Gérard Deprez, Europees parlementariër

Voorzitter, Vrienden van een Vrij Iran

Europees Parlement

Straatsburg

Vrienden van een Vrij Iran (FoFI) is een informele groep in het Europese Parlement die in 2003 opgericht werd en de actieve steun geniet van talrijke Europese parlementariërs uit verschillende politieke groeperingen