Geweld tegen mensenrechtenverdedigers

Verschillende groepen vrouwen hebben voortdurend te maken met door de staat gesponsord geweld. Onder hen bevinden zich vrouwen die opkomen voor mensenrechten. Het Iraanse regime heeft de laatste jaren het optreden tegen vrouwen geïntensiveerd. Het regime ziet mensenrechtenverdedigers als bedreigingen van de nationale veiligheid. Daarom is er geen landelijke wetgeving of beleid om verdedigers van mensenrechten te beschermen, en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt niet nageleefd.

Talloze vrouwen die mensenrechten verdedigen worden vervolgd voor hun rechtmatige werk.

Mensenrechtenverdedigers worden blootgesteld aan verschillende vormen van marteling, waaronder gespeelde executies, afranselingen, slaaponthouding en geweigerde toegang tot benodigde medische zorg; arbitraire arrestatie en hechtenis, gevolgd door een oneerlijk proces; gewelddadig uiteenslaan van vreedzame protesten; het opleggen van een reisverbod en het lastigvallen van familieleden, onder wie de kinderen, van mensenrechtenverdedigers.

In februari werd onthuld dat natuurbeschermers Niloufar Bayani en Sepideh Kashani ernstig geestelijk en lichamelijk zijn gemarteld en seksueel zijn lastiggevallen. Degenen die hen ondervroegen hebben geprobeerd hen valse bekentenissen te laten schrijven.

Mary Mohammadi, een christelijke bekeerling, werd gearresteerd tijdens de protesten in het teken van het neerhalen door de Iraanse Revolutionaire Garde van een Oekraïens passagiersvliegtuig in januari 2020. Ze werd gemarteld en seksueel en lichamelijk lastiggevallen tijdens haar ondervragingen. Ze werd gedwongen al haar kleren uit te trekken en squats te doen.

De arrestaties van mensenrechtenadvocaten zijn een onderdeel van een poging van de autoriteiten om te voorkomen dat zij hun cliënten verdedigen, die vaak mensenrechtenverdedigers zijn of zijn veroordeeld tot de doodstraf, soms voor delicten die ze als kind hebben begaan.