Iraanse studenten betuigen steun aan politieke gevangenen

Donderdag, 5 mei 2016

Studenten van de Teheraanse Polytechnische Universiteit (Amirkabir University of Technology) hebben hun solidariteit en steun betuigd aan wegens hun politieke opvattingen in Iran gevangengezette docenten.

De studenten hadden op zondag 1 mei ondersteunende uitspraken en foto’s van de gevangengezette docenten opgehangen, waarvan een aantal op het moment in hongerstaking zijn in de beruchte gevangenissen van het regime.

Esmail Abdi en Mahmoud Beheshti Langroudi, twee docenten die in de Evin-Gevangenis vastzitten zijn, nu in hongerstaking.

Een andere politieke gevangene, Ali Moezzi, wiens verwanten lid zijn van de voornaamste Iraanse oppositiegroepering, nl.  People’s Mojahedin Organization of Iran (PMOI of MEK), heeft aangekondigd dat hij zich vanaf vrijdag wil aansluiten bij de hongerstaking van Abdi en andere politieke gevangenen als teken van solidariteit.

Los daarvan betuigden studenten van de Medische Universiteit van Qom hun steun voor de politieke gevangene Omid Kokabee. Zaterdag 30 april hielden de studenten spandoeken en tekeningen omhoog met de oproep tot vrijlating van Kokabee uit de gevangenis.

Kokabee, een 34-jarige natuurkundige, onderging vorige maand een operatie om zijn door kanker aangetaste rechternier te verwijderen. Zijn verwanten hadden herhaaldelijk gewaarschuwd voor zijn problematische gezondheidstoestand, maar het mullah-regime negeerde systematisch hun waarschuwingen, en dat al sinds de vijf jaar van zijn gevangenschap.

Mensenrechtengroeperingen verklaren dat Kokabee een gewetensbezwaarde gevangene is die alleen gevangengehouden wordt wegens zijn weigering aan militaire projecten in Iran mee te werken en wegens schijnbeschuldigingen wegens zijn op zich legitieme wetenschappelijke banden met academische instellingen buiten Iran.

In mei 2012, na een oneerlijk proces bij de zogenaamde Revolutionaire Rechtbank van het regime, waar geen bewijs tegen hem geleverd werd, werd hij tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het onderhouden van “contacten met een vijandige regering,” aldus Amnesty International. Zijn veroordeling werd ook in beroep in augustus 2012 bevestigd.

Volgens mensenrechtengroeperingen hebben de Iraanse autoriteiten in het verleden op misdadige wijze de toegang van Kokabee tot medische behandeling steeds weer uitgesteld. In 2012, na een eerste onderzoek, waarbij een tumor vastgesteld werd, moest Kokabee een lange wachttijd doormaken vóór hij de toestemming kreeg om van de gevangeniskliniek naar een gespecialiseerd  hospitaal overgebracht te worden.

In een open brief, vanuit de gevangenis geschreven in april 2013, schreef Kokabee: “Tijdens ondervragingen, die tijdens eenzame opsluiting doorgevoerd werden, terwijl de hele communicatie met mijn familie en de buitenwereld afgesneden was, en terwijl ik voortdurend onder druk gezet en bedreigd werd, en daarbij nieuws kreeg voorgeschoteld over de ellendige fysieke en geestelijke staat van mijn familie, werd ik keer op keer gevraagd verschillende versies van mijn persoonlijke geschiedenis na 2005 op te schrijven.”