Iran handhaaft de gevangenisstraf voor journalisten wegens posts op sociale media

8 augustus 2019

Een hof van beroep heeft een gevangenisstraf van 4,5 jaar bevestigd voor een journalist die veroordeeld was wegens het in gevaar brengen van de nationale veiligheid.

Kamer 3 van het Hof van Beroep van Teheran heeft volgens zijn advocaat Ali Mojtahedzadeh het vonnis van Masoud Kazemi bekrachtigd.

Kazemi werd op 3 juni veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf voor het "verspreiden van valse informatie" en het "beledigen" van de opperste leider en de autoriteiten van het land. Ook werd hem een verbod van twee jaar op "media-activiteiten" opgelegd.

Volgens artikel 134 van het Islamitisch Strafwetboek van Iran mag Kazemi, voormalig hoofdredacteur van het politieke tijdschrift Sedaye Parsi (Perzische Stem), niet meer dan de maximale straf uitzitten voor het vonnis met de zwaarste straf in zaken waarbij sprake is van meerdere veroordelingen - wat neerkomt op een gevangenisstraf van twee jaar.

Masoud Kazemi werd gearresteerd op 6 november 2018, nadat veiligheidstroepen zijn huis binnengevallen waren en laptops en ander materiaal in beslag genomen hadden.

Hij werd vijf dagen later op borgtocht vrijgelaten, maar kon zijn werk niet meer hervatten.

Hij verscheen op 22 mei j.l. voor een rechtbank van de Revolutionaire Garde van Teheran om terecht te staan op beschuldiging van propaganda tegen de staat.

Tijdens de hoorzitting kondigde de rechter nieuwe aanklachten tegen Kazemi aan, waaronder handelingen tegen de nationale veiligheid en samenzwering tegen de nationale veiligheid, aldus zijn advocaat.

Vorig jaar schreef Kazemi op zijn Twitter-account over financiële corruptie op het Iraanse ministerie van Industrie en stelde president Hassan Rouhani en andere functionarissen vragen over de moord op Iraanse intellectuelen en politieke activisten door agenten van het ministerie van Inlichtingen eind jaren negentig. De autoriteiten hebben de afgelopen jaren verschillende journalisten gevangen gezet op beschuldiging van gevaar voor de "nationale veiligheid".