Iran: Milieuactivisten in de gevangenis

  Acht milieuactivisten die in januari en februari 2018 willekeurig in Iran werden opgepakt, zitten acht maanden later nog steeds vast zonder een duidelijke aanklacht, aldus Human Rights Watch vandaag. De Iraanse autoriteiten zouden hen onmiddellijk moeten vrijlaten of hen moeten beschuldigen van herkenbare misdaden en daartoe bewijs moeten leveren om hun verdere detentie te rechtvaardigen. 

Op 30 september zeiden familieleden op sociale media dat de gerechtelijke autoriteiten hun hadden verteld dat de gedetineerde milieuactivisten alleen kunnen worden vertegenwoordigd door advocaten uit een vooraf goedgekeurde lijst van 20 die de rechterlijke macht in juni had gepubliceerd. De autoriteiten hebben de gedetineerde milieuactivisten geen toegang verleend tot advocaten van hun keuze en ook geen procesdatum bepaald.

"De rechterlijke macht van Iran laat hiermee opnieuw haar rol als sleutelfunctie in een repressief staatsbestel zien, in plaats van verdediger van de rechtspraak te zijn", aldus Sarah Leah Whitson, directeur van Human Rights Watch in het Midden-Oosten. "Hoewel de milieuactivisten acht maanden in voorlopige hechtenis hebben doorgebracht, zijn de autoriteiten nog steeds niet met een strafrechtelijke aanklacht tegen hen op de proppen gekomen.

Op 24 en 25 januari arresteerde de inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde Houman Jokar, Sepideh Kashani, Niloufar Bayani, Amirhossein Khaleghi, Sam Rajabi, Taher Ghadirian, Kavous Seyed Emami en Morad Tahbaz, allen leden van een lokale milieugroep, nl. de Perzische Wildlife Heritage Foundation. Op 13 februari vertelde Abbas Jafaridolatabadi, de openbare aanklager van Teheran, aan journalisten dat gearresteerde activisten ervan worden beschuldigd milieuprojecten te hebben gebruikt als dekmantel voor het verzamelen van als vertrouwelijk geclassificeerde strategische informatie.

Het is onduidelijk welke vertrouwelijke strategische informatie ze mogelijk zouden kunnen verzamelen, aangezien hun organisatie zegt dat ze alleen maar de flora en fauna van Iran, waaronder de Aziatische Cheetah, een bedreigde diersoort in Iran, wil in stand houden en beschermen. Op 10 februari meldde de familie van Seyed Emami, een Iraans-Canadese universiteitsprofessor, dat hij onder onbekende omstandigheden in gevangenschap was overleden. De Iraanse autoriteiten beweerden dat hij zelfmoord heeft gepleegd, maar hebben geen onpartijdig onderzoek gedaan naar zijn dood en hebben zijn vrouw Maryam Mombeini een reisverbod opgelegd.

Op 25 februari meldde de Perzischtalige krant Etemed dat de autoriteiten vier andere milieuactivisten hadden gearresteerd, waaronder Abdolreza Kouhpayeh, een ander lid van de natuurerfgoedgroep, die nog steeds in hechtenis zit. De drie anderen werden vrijgelaten uit de gevangenis.

Op 9 mei heeft Mojgan Jamshidi, een journalist die zich bezighoudt met milieukwesties, getweet dat de autoriteiten meer dan 40 lokale milieuactivisten hadden gearresteerd in de stad Bander-e-Lengeh, in de provincie Hormozgan in Zuid-Iran. Alle 40 werden later weer vrijgelaten, zoals twee bronnen bevestigden aan Human Rights Watch.

Verscheidene hoge Iraanse overheidsfunctionarissen hebben gezegd dat ze geen enkel bewijs hebben gevonden dat de vastgehouden activisten spionnen zouden zijn. Op 22 mei meldde het ISNA News Agency dat Issa Kalantari, hoofd van de Iraanse Milieudienst, tijdens een toespraak op een conferentie over biodiversiteit zei dat de regering een commissie had gevormd die bestond uit de ministers van de inlichtingendiensten, binnenlandse zaken en justitie en de wettelijke afgevaardigde van de president, en dat zij hadden geconcludeerd dat er geen bewijs was om te stellen dat de vastgehouden personen spionnen zijn. Kalantari voegde eraan toe dat de commissie zei dat de milieuactivisten moeten worden vrijgelaten.

Een bron die anoniem wenste te blijven, vertelde Human Rights Watch op 3 oktober dat een lid van het openbaar ministerie de families van vier van de gedetineerde milieuactivisten vertelde dat ze beschuldigd waren van "het zaaien van corruptie op aarde", een ernstige aanklacht die het risico van terechtstelling inhoudt. Een van de advocaten van de families vertelde het Center for Human Rights in Iran op 8 oktober dat de autoriteiten vijf aanklachten hebben ingediend, maar hij geloofde dat de autoriteiten de families ten onrechte bedreigen met de aanklacht van "corruptie op aarde" om de families bang te maken en hen tot het kiezen van advocaten uit de goedgekeurde lijst te bewegen.

Artikel 48 van de Iraanse strafprocesrechtswet van 2014 bepaalt dat gedetineerden die beschuldigd worden van verschillende misdrijven, waaronder nationale of internationale veiligheidsmisdrijven, politieke en mediamisdrijven, hun raadsman moeten kiezen uit een vooraf goedgekeurde pool die tijdens het onderzoek door de Iraanse rechterlijke macht is geselecteerd. Op de in juni gepubliceerde lijst van advocaten die in de provincie Teheran mensen mogen vertegenwoordigen die beschuldigd worden van nationale veiligheidsmisdaden, staat geen enkele vrouw of mensenrechtenadvocaat.

Krachtens het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten is Iran verplicht ervoor te zorgen dat iedereen die strafrechtelijk vervolgd wordt, toegang heeft tot een advocaat van eigen keuze. Iedereen die gearresteerd wordt, moet onmiddellijk op de hoogte worden gebracht van alle aanklachten tegen hem of haar, en detentie vóór het proces dient een uitzondering te zijn, niet de regel. Iedereen die wordt vastgehouden, heeft recht op een proces binnen een redelijke termijn, of anders vrijlating.

In artikel 286 van het Iraanse wetboek van strafrecht staat: "Eenieder die een ernstig misdrijf pleegt tegen de fysieke veiligheid van mensen, tegen de interne of internationale veiligheid van de staat of zich schuldig maakt aan de verspreiding van leugens, verstoring van 's lands economische systeem, brandstichting en vernietiging van eigendommen" kan worden beschouwd als behorend tot de "corrupten op aarde" en daardoor de doodstraf verdiend hebben, indien de rechtbank van oordeel is "dat het de bedoeling was om de openbare orde ernstig te verstoren, of onveiligheid te creëren, of grote schade aan te richten of corruptie en prostitutie op grote schaal te verspreiden, of dat de betreffende persoon kennis had van de doeltreffendheid van de gepleegde feiten". Zo niet, dan kan de straf tussen de zes maanden en vijf jaar bedragen.

"De Iraanse leiders hoeven niet verder te zoeken naar een bron van sluimerende maatschappelijke woede tegen hen dan de verachtelijke behandeling door de rechterlijke macht van vreedzame activisten die alleen maar proberen de vele ernstige problemen van het land, waaronder milieucrises, te verlichten".