Iran: Miljoenen dollars verduisterd uit leraren-investeringsfonds

De dimensies van de binnen het Iraanse regime heersende economische corruptie heeft dusdanige vormen aangenomen dat overheidsambtenaren deze wel moeten toegeven, in plaats van dat ze deze trachten te ontkennen dan wel te verhullen.

Er bestaat geen conventionele methode om de onder het Iraanse regime heersende corruptie te beschrijven. Deze gesel is zo diep in het regime zelf geworteld dat grotere banken, ministeries, gemeenten en andere bestuursorganen en stichtingen die in verbinding staan met het regime aan deze wijdverspreide corruptie meedoen.

Het lerarenpensioenfonds verschilt echter van de andere verduisteringen, zowel qua omvang als qua verduisterde bedragen, waarmee eens te meer een aspect van het mafia-netwerk binnen het regime aangetoond kan worden.

“Duizenden miljarden toman werden een beperkt aantal personen ter beschikking gesteld, zonder dat deze enig onderpand moesten inbrengen”, verklaarde de juridische woordvoerder van het regime ‘Mohseni Ejei’, eraan toevoegend “Ik heb kennis genomen van een aantal gevallen op dit gebied. Maar ik ben er nog geen enkel tegengekomen dat zo’n erge schending was als die m.b.t. het lerarenpensioenfonds en de Sarmayeh-bank.” (Tasnim-staatsnieuwsagentschap, 23 januari 2018)

Ook de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie maakte bekend dat “meer dan 100 maatschappijen betrokken zijn bij de corruptiezaak rond het lerarenpensioenfonds.” (Tasnim-nieuwsagentschap van de terroristische Quds-strijdkrachten, 17 april 2018)

Geschiedenis en wederwaardigheden van het lerarenpensioenfonds

Opgericht in 1995 had het lerarenpensioenfonds tot doel financiële bronnen aan te boren en de  levensomstandigheden van de gepensioneerden van het Ministerie van Onderwijs te verbeteren. Volgens de verenigingsstatuten zou het fonds gelijkelijk door de leden en de regering gefinancierd worden. De fondsleden moesten een maandelijks lidmaatschapsgeld  van vijf procent van hun maandsalaris inleggen, terwijl de regering evenveel als de leden zou inleggen, zodat door investeringen in sectoren als industrie, handelsondernemingen, dienstverleningsbedrijven, vastgoed, opleidingen, banken, verzekeringen en beursmakelaardijen het fonds de gepensioneerden met adequate diensten en faciliteiten zou kunnen ondersteunen.

Maar wat gebeurde er in de praktijk?

De zogenaamde handelsmaatschappij en 25 van haar grootste, met de Revolutionaire Garde nauw gelieerde dochterondernemingen, waaronder de Khorasan Petrochemical Company, de MiddleEast Kimia Pars Company, Arak’s Machine Building Company, de Sarmayeh-bank, de Moalem-verzekeringsmaatschappij, etc., stal al het door de leraren ingelegde geld, wat nu als de grootste verduistering door de staat geldt.

De dimensies van deze verduistering zijn zo groot dat volgens de voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie het rapport nu reeds 580 bladzijden omvat, met nog een groot aantal onderzoeken te gaan.

“Het onderzoek naar de malversaties bij het lerarenpensioenfonds en alle daarbij betrokken ondernemingen en de controle van de inkomsten en uitgaven zullen veel tijd in beslag nemen en moeten mede door veel experts gedaan worden. Maar welke sector ook door de commissie onder de loep genomen werd, er werden steevast ernstige schendingen geconstateerd, zodat alleen geconcludeerd kon worden dat de onregelmatigheden misdaden geïnstitutionaliseerd werden”, aldus het rapport. (ISNA-staatsnieuwsagentschap, 8 april 2018)

Het was pas twee jaar geleden dat de details van de corruptie en verduistering bij het fonds geopenbaard werden. Bij een aantal van 900.000 fondsleden bedraagt het gestolen bedrag van elk lid 8.800.000 toman. 90 Procent van de bankactiva werden in 2015 verstrekt aan een groep van slechts 30 klanten, die elk miljarden toman ontvingen als ongedekte leningen met slechts een enkele handtekening op een stuk papier. In die tijd werd tegelijk het verzoek van een leraar om een persoonlijke lening van 4.000.000 toman met leedwezen afgewezen.

Het ‘Khane Mellat’-nieuwsagentschap van het parlement citeert Mohammad-Mehdi Zahedi, voorzitter van de parlementaire commissie voor onderwijs en onderzoek: “het onderzoek maakte duidelijk dat helaas grootschalige financiële corruptie bij het fonds heeft plaatsgevonden, waarbij financiële malversaties bij het fonds en zijn holdings geïnstitutionaliseerd werden, met een aantal maatschappijen die enkel en alleen opgericht werden als vehikel voor deze financiële manipulaties.”

“De Sarmayeh-bank heeft leningen verstrekt aan mensen die helemaal niets met het fonds te maken hadden”, voegde Zahedi eraan toe, “zo werd bijvoorbeeld een lening van 100 miljard toman verstrekt aan een dakloze, die enkel een stroman bleek voor invloedrijke personen, die in werkelijkheid het bedrag ontvingen, waarbij de naam van die dakloze enkel diende om bij de aanvraagprocedure een nep-bankrekening te openen.”

Het nieuwsagentschap wijst met een beschuldigende vinger naar een mafia-netwerk binnen het regime dat weigert de leningen terug te betalen: “Er zijn 31 groepen die heel grote leningen ontvangen hebben en die nu weigeren deze af te betalen. Zo werd er tussen 2013 en 2015 een lening ter grootte van 688 miljard toman verstrekt aan een enkele groep, en een andere groep ontving 400 miljard toman tussen 2007 en 2011, twee leningen die niet terugbetaald werden. Daarnaast zijn minstens 9.000 miljard toman aan terugbetaalde leningen aan de Sarmayeh-bank van twijfelachtige aard.”

Een ander belangrijk aspect vormt het tegen elkaar wegstrepen van wederzijdse schulden. Juridische experts werden omgekocht en ten gunste van de schuldenaren verleid tot een  waardering van eigendommen die vier maal hoger was dan de reële prijs, waardoor de schuldenaren hun schulden aan de Sarmayeh-bank en het lerarenpensioenfonds op de balans konden opschonen. Als bijvoorbeeld een debiteur voor 100 miljard toman vastgoed ter waarde van 30 miljard toman bezat, taxeerden de accountants dit vastgoed op 130 miljard, zodat de debiteur daarmee tegelijk zijn schuld kon vereffenen en de reële waarde van zijn eigendom terug had.”

Het parlementaire nieuwsagentschap stelt vast dat er sprake is van systematische corruptie in alle lagen van het lerarenpensioenfonds: “het totale bedrag van de verduistering moet nog vastgesteld worden daar het zo hoog is. We waren niet in staat alle aspecten van deze zaak te onderzoeken. Alle toezichthoudende organen zouden ons moeten helpen om de totale omvang van de verduistering vast te stellen, een proces dat wel eens zo’n drie jaar kan gaan vergen.”

De plundering door de staat gaat door terwijl een groot deel van het Iraanse volk moeite heeft met de verzorging van de dagelijkse maaltijden en geconfronteerd wordt met werkloosheid en een economische recessie, met een productiecrisis met tegelijk inflatie en daardoor sterk stijgende prijzen, wat de burgers met een laag inkomen extra zwaar belast.

Het effect van de systematische plundering van de Iraanse lerarenpensioenen is dat deze gepensioneerden allerlei bijbanen zoals straatverkoop of taxi rijden moeten aannemen om een enigszins acceptabel levensniveau voor zichzelf en hun gezin te bereiken.