Iran: stijgend aantal repressailles tegen hogeschooldocenten, wetenschappers en studenten

9 mei - de organisatie Scholars at riskt roept de VN op tot inzet voor vrijlating van alle wetenschappers en studenten, die in Iran vastzitten vanwege hun wetenschappelijk werk of vanwege het vreedzaam uitoefenen van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering dan wel het vastzitten omdat ze lid zijn van een religieuze richting.

De organisatie Scholars at risk (SAR),  een internationaal netwerk ter bescherming van wetenschappers in gevaar, maakt in een bericht de VN opmerkzaam op de toenemende vervolging van wetenschappers en studenten in Iran. Ze stelt vast dat de academische vrijheid aan Iraanse universiteiten steeds meer beknot wordt. De rechten op vrijheid van meningsuiting, van spreken en het recht op vergadering worden daar systematisch geschonden.

Na evaluatie van de informatie, verzameld van oktober 2014 tot maart 2019, stelt SAR vast dat in Iran er talrijke academici vanwege hun wetenschappelijke werk of het vreedzaam uitoefenen van hun recht op meningsuiting onterecht gevangengenomen en bestraft werden. Een ris wetenschappers en studenten zouden vanwege verzonnen misdragingen tegen de staatsveiligheid tot gevangenisstraffen zijn veroordeeld, hoewel de beschuldigingen tegen hen niet bewezen werden.

Daarbovenop, aldus het SAR bericht, zouden de meningsvrijheid en de vrijheid van spreken van de studenten in Iran steeds verder afgesneden zijn, waaronder ook middels gebruik van geweld door regeringstroepen, gevangennemingen, aanklachten en disciplinaire straffen. Vanwege hun meewerken aan de burgerprotesten voor vrijheid zouden minstens 40 studentes en studenten gevangengezet zijn en veel anderen van de studie zijn uitgesloten.

Het SAR-bericht stelde verder vast, dat de discriminatie van de religieuze minderheid Bahaï aan de Hogescholen doorgaat. Examenkandidaten uit deze religieuze gemeenschap worden niet tot de studie toegelaten. Private onderwijsinstellingen van Bahaï worden gesloten en de leerkrachten krijgen gevangenisstraffen.

De organisatie Scholars at Risk roept de VN op tot inzet voor vrijlating van alle wetenschappers en studenten die in Iran vastzitten vanwege hun wetenschappelijk werk of vanwege het vreedzaam uitoefenen van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering, dan wel het vastzitten omdat ze lid zijn van een religieuze richting.

 

In het bericht wordt ook de zaak genoemd van de medicus Ahmadreza Djalali, die in Iran ter dood werd veroordeeld. De 46-jarige Iraniër, die al sinds jaren met zijn gezin in Zweden woonde, was onderzoeker en docent eerste hulp aan Europese universiteiten. Hij heeft aan het Zweedse Karolinska-Instituut en aan universiteiten in Italië en België gewerkt.

Toen hij in april 2016 op uitnodiging van Iraanse universiteiten naar Iran reisde, werd hij gearresteerd. Sindsdien wordt hij onterecht in de Teheraanse Evin gevangenis vastgehouden. De Justitie van het regime beweert, zonder daarvoor bewijzen te overleggen,  dat Ahmadreza Djalali voor Israël heeft gespioneerd. Daarvoor werd hij in oktober 2017 door een Revolutionaire Rechtbank ter dood veroordeeld. Over een door hem ingesteld hoger beroep tegen dat vonnis is nog niet besloten.

Ahmadreza Djalali wijst de beschuldiging van spionage nadrukkelijk van de hand, die geconstrueerd zou zijn om hem te bestraffen. De echte reden voor zijn vonnis zou zin dat hij geweigerd heeft om voor de Iraanse geheime dienst te spioneren. In een brief onthulde de medicus, dat de geheime dienst van het regime in Teheran in het jaar 2014 van hem geëist zou hebben, hen deze geheime informatie uit EU-landen te sturen, informatie over de defensieacties en -programma's van deze landen tegen terroristische aanslagen en aanvallen met massavernietigingswapens, over geheime operaties en onderzoeksprojecten in samenhang met terreur en crisissituaties.

Ahmadreza Djalali berichtte dat hij het categorisch had afgewezen en dat hij had gezegd dat hij een wetenschapper is en geen spion. Zijn latere arrestatie en vonnis zouden vergeldingsstraffen zijn van de Iraanse geheime dienst.

Scholars at Risk wijst vervolgens ook op de zaak van de prominente Iraans-Canadese professor Kavous Seyed Emami (foto). De professor was medeoprichter van een milieuorganisatie in Iran en werd in januari 2018 in Teheran opgepakt, samen met andere milieubeschermers. “Spionage voor vijandelijke staten” was de aanklacht, zonder dat er bewijzen daarvoor op tafel kwamen. Met deze vervolgingscampagne werd beoogd milieuactivisten te intimideren en onafhankelijke milieubeschermingorganisaties in Iran het werk onmogelijk te maken.

Professor Kavous Seyed Emami stierf op 8 februari 2018, na 15 dagen gevangenschap in de Evin gevangenis in Teheran. Waar het regime beweert dat hij zelfmoord zou hebben gepleegd in de gevangenis, bestrijden de familie en mensenrechtenverdedigers dat verhaal. Het vermoeden is gerezen dat Kavous Seyed Emami als gevolg van marteling en mishandeling stierf in de gevangenis. Het justitie apparaat van het regime liet geen onafhankelijke autopsie toe en dwong de familie tot een zeer snelle begrafenis van de dode.

De SAR noemt ook een zaak van studenten die vanwege hun medewerking aan burgerprotesten tegen onderdrukking en sociaal onrecht gevonnist werden tot lange gevangenisstraffen, waaronder:

Parisa Rafiel (foto), studente in fotografie aan de Universiteit van Teheran: zeven jaar gevangenis

Sima Darvish Omran (foto), student germanistiek aan de Universiteit van Teheran: vijf jaar gevangenis en twee jaar uitreisverbod

Ali Mozaffari (foto), student antropologie aan de Universiteit van Teheran: vijf jaar gevangenis en twee jaar uitreisverbod

Leilah Hosseinzadeh (foto), studente sociologie aan de Universiteit van Teheran: zes jaar gevangenis en twee jaar uitreisverbod

Tot de vervolgde leden van de Bahaï geloofsgemeenschap, aldus het bericht, behoren Azita Rafizadeh en haar man Peyman Koushk-Baghi (op de foto met hun zoon). Beide waren zij docent aan het Bahaï-instituut voor hogere opleiding, een private onderwijsinstelling waar leden van de geloofsgemeenschap Bahaï zich verder kunnen ontwikkelen via onderwijs op afstand.

Wegens haar werkzaamheden aan dit instituut werd Azita Rafizadeh gevonnist tot vier jaar gevangenisstraf. Ze zit in de Evin gevangenis vast. Peyman Koushk-Baghi werd tot vijf jaar gevangenis veroordeeld en in de Gohardasht gevangenis gezet, in de stad Karaj. Hun nu negenjarige zoon Bashir blijft alleen achter en is nu onder de voogdij van familie.

Verdere informatie, zie bericht van de Menschenrechtenverein 160419, scholars-at-risk.