Open Brief: Atena Daemi Looft de Emotionele Arbeid van Iraanse Moeders

Gepost op 24 oktober 2018

Atena Daemi, en burgerrechtenactiviste, die sinds 21 oktober 2014 gevangen zit, heeft een open brief aan haar moeder geschreven en markeert daarmee haar vierde jaar van opsluiting.

Hierin beschrijft Daemi de moeilijkheden die haar familie te verduren heeft – vooral haar moeder – die zij karakteriseert als één van haar belangrijkste bronnen van kracht in de afgelopen jaren.

With fellow political prisoners Maryam Akbari Monfared and Golrokh Iraee, Daemi was punished October 3rd with a three-week ban on family visits, per verbal orders from the Women’s Warden at Evin. All three were told the ban served to punish them for refusing an unlawful interrogation this past September.

Met de andere politieke gevangenen, Maryam Akbari Monfared en Golrokh Iraee, werd Daemi op 3 oktober gestraft met een drie weken durend verbod op familiebezoek, mondeling opgelegd door de Directeur Vrouwen in Evin. Tegen alle drie werd verteld dat het verbod ertoe diende om hen te straffen voor het weigeren van een onwettige ondervraging afgelopen september. 

STFA heeft de volledige tekst van Daemi’s brief hieronder vertaald:

Vier jaar geleden precies op deze dag, was ik op weg naar mijn werk op een koude herfstochtend. U  was vers brood voor ons gaan kopen. Ik was laat, dus ik kreeg niet de kans om u te zien voordat papa en ik het huis verlieten. Voordat we het eind van het laantje konden bereiken, blokkeerden ze voor ons de doorgang, arresteerden mij, zetten mij in een andere auto en gingen met papa terug naar het huis, alle elf. Ik weet niet, hoe u reageerde, toen u ze zag. Na een uur hebben zij mij weer naar huis gebracht. Ik was in shock toen ik u zag. Ik was ontzet over uw geschreeuw tegen de agenten. 

 “Te maar, neem mijn dochter ook maar mee. Al die jonge mensen hebben jullie weggehaald – en wat hebben jullie ermee bereikt? Wet je wat? Ga maar verder en maak mijn dochter ook maar dood. Jullie hebben Sattar Beheshti gedood (een blogger, die in 2012 in de gevangenis is gestorven) en al die andere jonge mensen. En wat heeft het opgeleverd?

Ze dreigden ermee u ook gevangen te nemen en u sloeg terug, “Neem me mee! Jullie hebben jezelf overtroffen met het vastzetten van moeders en met hen te beroven van wat hun lief is.”

Ik dacht, dat u wel bang zou wezen, maar dat was u niet; ik dacht, dat u mij de schuld zou geven en mij verwijten zou maken, maar dat deed u niet. In uw eigen taal zei u mij, dat ik moest gaan – dat dit de eerste nacht zou worden die ik ver van huis zou doorbrengen, maar dat u nog steeds achter me stond, nog steeds bij mij was en dat er een dag zou komen, waarop geen enkel kind meer zou worden gescheiden van zijn moeder. Daarmee viel een zware last van mijn schouders; het leek wel, alsof u mij vleugels had gegeven. Ik ben weg gegaan, maar geen moment heeft u mij verlaten; wij waren meer dan ooit verbonden, tezamen, verbonden.

Ik herinner mij uw gezicht die dag in de Revolutionaire Rechtbank, toen ik veroordeeld werd tot 14 jaar gevangenisstraf. Lichtzinnig en sarcastisch schimpte u ”14 jaar is niets – wij hadden op de doodstraf gerekend!” Ik weet dat u sidderde van angst, maar u liet er niets van merken. Zestien maanden later keerde ik weer naar huis terug en u was goedgehumeurd, ofschoon u wist, dat ik niet lang zou blijven.

Negen maanden later kwamen ze terug voor mij. U was toen niet in Teheran. Ik belde u om u te laten weten dat ze mij zouden meenemen. U zei tegen mij dat ik de telefoon op de luidsprekersstand moest zetten, zodat ze u konden horen. En u schreeuwde “Wat willen jullie van onze kinderen? Wat hebben zij gedaan? Wat hebben zij jullie ooit gevraagd? De dag zal aanbreken, waarop wij, moeders, jullie ter verantwoording zullen roepen…”

Nadat ik weg was, hebben zij rechtszaken tegen uw andere twee dochters geopend en ze veroordeeld. U lachte en u zei dat we hun moesten vragen om een gezinssuite in de gevangenis te regelen, waar wij allemaal in ondergebracht zouden worden!

Ik ben in hongerstaking gegaan. Ik zal de bezorgdheid in uw ogen niet vergeten, maar uw woorden, vervuld van hoop en belofte, maakten mij alleen maar standvastiger. Uw dochters werden ontslagen van rechtsvervolging en ik bleef. Ze openden nieuwe rechtszaken en processen tegen mij, de een na de ander. Daarna sleepten ze me naar de Gharchak Gevangenis, sloegen me en beledigden me. Die donderdag daarop belde ik naar huis. Het maakte u gelukkig, dat u mijn stem hoorde en u vroeg, hoe het gevangenisbestuur ertoe gekomen was, zo menslievend te kunnen zijn op een donderdag [in Iran het begin van het  weekend].

Ik lachte en zei “Ik bel u vanuit de Gharchak Gevangenis.” U reageerde daarop met zeggen, dat het alleen maar terecht was, dat ik ook de vrouwen zie, die in de Gharchak Gevangenis vast worden gehouden. “Laat ons eens kijken, hoe ver ze willen gaan!” zei u.  

Toen ik u enkele dagen later belde, nam u niet op. Men zei mij, dat u naar het kantoor van de aanklager was gegaan om over mijn zaak te spreken. Hoe meer tijd er verstreek zonder enig nieuws van u, hoe bezorgder ik werd. Uiteindelijk belde u na 7 uur ’s avonds om mij te vertellen, dat ze u samen met Hanieh [mijn zusje] vast hadden gezet. U vertelde mij, hoe zij jullie allebei hebben geslagen en jullie schokken hadden toegediend met stroomstootwapens. Bij die gedachte trilde ik over mijn hele lijf.

U vertelde mij dat zij uw been met stroomstoten hadden bewerkt, toen u weigerde in hun auto te stappen. U zei, dat het geen pijn deed, dat het aanvoelde als prikken van brandnetels. Ik trilde van woede, maar u lachte en zei dat u niet in uw schulp gekropen was en ze er flink van langs had gegeven.

Mijn recht om op te bellen en recht op bezoek werden ingetrokken.

Toen kwam de huwelijksdag van uw kleine meid – mijn zusje Hanieh zou gaan trouwen…

Zij lieten me niet op verlof gaan voor de trouwerij. U kwam me opzoeken in Gharchak. Hanieh was ongedurig, maar u lukte het om haar te kalmeren door te zeggen, dat ze niet moest huilen, maar moest lachen en vrolijk zijn, zodat de autoriteiten niet het idee zouden krijgen, dat hun tactiek mij zou kunnen breken. Ik herinner mij, dat u haar eraan herinnerde, dat Fariba Kamalabadi (Bahaï gewetensgevangene) geen verlof had gekregen voor het huwelijk van haar  eigen dochter. U vroeg mij om snoepjes uit te delen aan mijn celgenoten en aan de mensen op de afdeling om in de gevangenis mijn zusjes huwelijk te vieren. Wat was dat een memorabele avond!

Ik werd teruggeplaatst naar de Evin Gevangenis. Toen hoorden wij het nieuws van de terechtstelling van Zanyar, Loghman en Ramin. U ging in hongerstaking, droeg zwarte kleren, en kwam mij in tranen bezoeken. Zij hadden mij die dag erg dwarsgezeten, maar wij drietjes hielden elkaars hand vast en zongen voor onze gevallen broeders. En wéér werd mij het recht op familiebezoek ontnomen.

Moeder, moet je zien, hoe deerniswekkend en kortzichtig zij zijn. Zanyar Moradi had zijn moeder negen jaar lang niet had gezien, toen hij werd gedood en zij denken, dat ze mij zullen kunnen breken door mijn bezoekrecht een poosje in te trekken? De pijn van moeders eindigt nooit. Als zij denken dat zij ons kunnen omvormen, ons tot zwijgen kunnen dwingen of ons berouwvol kunnen maken met zulke kinderachtige maatregelen, dan hebben zij het goed mis. Wij zullen niet gedisciplineerd worden; eerder zullen wij met meer vastbeslotenheid dan voorheen doorgaan.

Er zijn nu drie weken voorbij, sinds we elkaar voor het laatst hebben gezien. U bent de moeder  van Ramin en de families van Zanyar en Loghman  Ramin’s mother, Zanyar and Loghman’s families gaan bezoeken en de familie van Sharif, die omkwam bij de brand [Koerdische activist, die overleed bij het bestrijden van de bosbranden in West-Iran]. U heeft  Narges [Mohammadi] en de familie van Homa [Soltanpour] bezocht. Terwijl wij elkaar niet hebben gezien, heeft u de pijn en het verdriet van medemoeders omhelsd. 

Stuur mijn hoogachting naar alle rouwende en van hun liefste beroofde moeders van Iran en zeg tegen ze, dat ik, zolang ik leef, gerechtigheid zal eisen.

Atena Daemi

21 oktober 2018

Evin Prison

Na haar arrestatie op 21 oktober 2014 heeft Atena Daemi 86 dagen eenzaam opgesloten gezeten, voordat zij naar de Vrouwenafdeling van de Evin Gevangenis werd overgeplaatst. In mei 2015 heeft rechter Moghiseh van Bureau 28 van het Revolutionaire Hof haar veroordeeld tot 14 jaar opsluiting op beschuldiging van samenscholen en samenzweren tegen de nationale veiligheid, propaganda tegen het regime en het beledigen van de opperste leider. In februari 2017 werd zij op borgtocht vrij gelaten, een borg van 5,5 miljard IRR [ongeveer $ 140.000 VS dollars]. Haar straf werd toen teruggebracht tot zeven jaar, in hoger beroep. Op 26 november 2016 werd zij gevangen gezet om haar straf uit te zitten, die sindsdien was teruggebracht tot vijf jaar.