UN-experts bezorgd over christenvervolging in Iran

11 februari 2018

Mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties: "Leden van de christelijke minderheid in Iran, vooral diegenen, die tot het christelijk geloof zijn overgegaan, zijn blootgesteld aan zware discriminatie en religieuze vervolging."

De op 4 februari vastgelegde beroepszitting voor drie in Iran tot lange gevangenschap veroordeelde christenen (foto) werd verdaagd. Een nieuwe zittingsdag is nog niet bekend. Pastoor Victor Bet-Tamraz en Hadi Asgari werden in juli 2017 in Teheran met de alomvattende beschuldiging "aanslag op de staatsveiligheid" ieder tot 10 jaar gevangenis veroordeeld. Het vonnis tegen Amin Afshar-Naderi luidde 15 jaar hechtenis. De Justitie beschuldigt hen van missie, bijbelverspreiding en huiskerkenactiviteiten.

De vonnissen zijn deel van een verscherpte vervolgingscampagne van het islamitische regime in Iran, die zich in het bijzonder tegen christenen met een moslimafkomst richt. Pastoor Victor Bet-Tamraz en Amin Afshar-Naderi zijn beiden na een gedeponeerde borgsom momenteel op vrije voet, terwijl Hadi Asgari zich verder in de Teheraanse Evin gevangenis in hechtenis bevindt. Alle drie christenen zijn in beroep gegaan tegen de vonnissen.

Ten aanzien van de ophanden zijnde beroepszitting hebben zich vier mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties bezorgd geuit over de christenvervolging in Iran en een eerlijk en transparant proces voor de drie genoemde christenen geëist.

Bij de UN-experts gaat het om:

  • Ahmed Shaheed, speciaal rapporteur voor godsdienst- en overtuigingsvrijheid
  • Mevrouw Asma Jahangir, speciaal rapporteur voor de mensenrechtenomstandigheden in Iran
  • Fernand de Varennes, speciaal rapporteur voor minderhedenkwesties
  • Dainius Puras, speciaal rapporteur voor het recht op gezondheid

In een gemeenschappelijke verklaring van 2 februari uitten de experts zich ontzettend bezorgd over de lange gevangenisstraffen, die in het vroegere gerechtsproces tegen pastoor Victor Bet-Tamraz, Amin Afshar-Naderi en Hadi Asgari werden opgelegd. Met deze vonnissen heeft het Teheraanse regime haar internationale verplichtingen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het 'International Covenant on Civil and Political Rights' (Internationaal Verdrag over Private en Politieke Rechten) verloochend.

"Wij zijn bovendien bezorgd, dat hun in gevangenschap de medische verzorging zal worden geweigerd en zijn vooral bezorgd over de actuele gezondheidstoestand van Hadi Asgari die zich verder in gevangenschap bevindt", voegden zij eraan toe.

Naar vermelding van de UN-experts gaat het bij de vervolging van de drie christenen niet om een individueel geval. Zij zouden berichten over meerdere andere gevallen hebben ontvangen, waarbij tegen leden van de christelijke minderheid zware straffen opgelegd werden, nadat zij van een "aanslag op de staatsveiligheid" werden beschuldigd, omdat zij het evangelie hadden verkondigd of aan bijeenkomsten in huiskerken hadden deelgenomen.

"Hieruit blijkt het verontrustende voorbeeld, waarbij personen wegens hun godsdienst of hun overtuigingen worden aangevallen, in dit geval, omdat zij tot een religieuze minderheid in het land behoren."

"Leden van de christelijke minderheid in Iran, vooral diegenen, die tot het christelijk geloof zijn overgegaan, zijn blootgesteld aan zware discriminatie en religieuze vervolging."

De UN-experts verzochten het Teheraanse regime zijn verplichtingen, volgens de internationale mensenrechtenwetten, na te komen. Bovendien verzochten zij de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van diegenen, die wegens uitoefening van hun recht op godsdienst- en overtuigingsvrijheid in Iran in gevangenschap zijn.