Verslag van de speciale VN-rapporteur over de mensenrechten in Iran.

Iran-United nations-stichting van de familieleden

Op 9 maart bracht de speciale VN-rapporteur, Javid Rehman, verslag uit aan de Mensenrechtenraad, waarin hij gewag maakte van huiselijk geweld, duizenden huwelijken van meisjes tussen 10 en 14 jaar per jaar en aanhoudende diepgewortelde discriminatie in wet en praktijk:

Hier volgt een deel van dit verslag:

"Een van de meest zorgwekkende kwesties in Iran vandaag m.b.t. de rechten van vrouwen en meisjes is de kwestie van het kindhuwelijk," aldus Javaid Rehman, de speciale rapporteur over de situatie van de mensenrechten in de Islamitische Republiek Iran, in het rapport dat op 9 maart aan het 47 leden tellende orgaan zal worden voorgelegd.

"De regering en andere leiders in het land moeten de huwelijksleeftijd nu verhogen en verder beleid en programma's introduceren om deze praktijk in het land te beperken."

Volgens de wet kan een meisje vanaf 13 jaar trouwen, terwijl meisjes die nog jonger zijn wettelijk kunnen trouwen met toestemming van de rechter en de vader. In de eerste helft van het huidige Iraanse kalenderjaar zijn meer dan 16.000 meisjes tussen 10 en 14 jaar getrouwd, volgens officiële cijfers van de regering.

"De huidige wettelijke huwelijksleeftijd is gewoonweg onaanvaardbaar. Het is duidelijk dat het kindhuwelijk schadelijk is voor de ontwikkeling en het welzijn van meisjes, ook op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en een leven zonder geweld. Hoewel ik nota neem van eerdere pogingen om de wet te verbeteren, moet nu druk worden uitgeoefend om de huwelijksleeftijd te verhogen, in overeenstemming met de door Iran aangegane verplichtingen in het kader van het Verdrag inzake de rechten van het kind," aldus Rehman.

In het verslag wordt ook uiting gegeven aan ernstige bezorgdheid over huiselijk geweld. Er worden enkele positieve stappen genoteerd, zoals een wet tegen aanvallen met bijtend zuur, maar de speciale rapporteur drong er bij de Iraanse regering op aan om meer te doen.

"In de Iraanse wetgeving en praktijk is sprake van flagrante discriminatie die moet stoppen. Op verschillende gebieden van hun leven, waaronder huwelijk, echtscheiding, werkgelegenheid en cultuur, worden Iraanse vrouwen beknot of hebben ze toestemming nodig van hun echtgenoten of voogden, waardoor ze worden beroofd van hun autonomie en menselijke waardigheid. Deze constructies zijn volstrekt onaanvaardbaar en moeten nu worden hervormd," zei hij.

De speciale rapporteur riep de regering ook op om concrete maatregelen te nemen om een einde te maken aan de cultuur van straffeloosheid voor ernstige mensenrechtenschendingen en om degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen ter verantwoording te roepen. Rehman stelde meer specifiek aan de orde dat de regering heeft nagelaten een deugdelijk onderzoek in te stellen naar het bloedige optreden van de veiligheidstroepen tegen de protesten van november 2019, waarbij meer dan 300 mensen om het leven kwamen. Hij bleef bezorgd over het hoge aantal doodstraffen, met name de executie van minderjarige delinquenten, en over degenen die zijn geëxecuteerd in verband met protesten en de vrijheid van meningsuiting, zoals Navid Afkari en Ruhollah Zam, alsook over berichten over het wijdverbreide gebruik van foltering om (valse) bekentenissen af te dwingen.

STFA: Volgens het verslag onderstreepte hij ook dat het zeer zorgwekkend is dat mensenrechtenverdedigers, journalisten, arbeidsrechtenactivisten, dubbele en buitenlandse staatsburgers en advocaten ondanks de risico's van COVID-19 nog steeds willekeurig worden vastgehouden. De staat blijft zich ook richten tegen burgers bij de uitoefening van fundamentele vrijheden, zoals Yasaman Aryani, Monireh Arabshahi en Mojgan Keshavarz, die gevangen zitten omdat ze op de Internationale Vrouwendag 2019 hebben geprotesteerd tegen de sluierplichtwetten, en andere vrouwen die zich inzetten voor vrouwenrechten, zoals Nasrin Sotoudeh, Atena Daemi en Golrokh Iraee.