Zes Bahá'í-vrouwen zijn tot de gevangenis veroordeeld vanwege hun geloofsovertuiging

Zes Bahá'í-vrouwen in Iran werden elk veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.

De zes Bahá'í-vrouwen Atieh Salehi, Farzaneh Dimi, Nasrin Ghadiri, Banafsheh Mokhtari, Arezoo Mohammadi en Roya Maleki - werden berecht op 20 april 2020 in Birjand, de hoofdstad van de provincie Zuid-Khorasan.

De vrouwen hebben voor korte tijd vastgezeten voor het bijwonen van een bahá'í-ceremonie eind oktober 2017 in Birjand. In 2019 werden ze tweemaal gedagvaard en ondervraagd. Na het proces van 20 april 2020 werd elke vrouw veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf.

In juni 2019 heeft het Revolutionaire Hof van Birjand negen andere Bahá'í-burgers veroordeeld tot in totaal 54 jaar gevangenisstraf.

Vier van deze burgers waren ook Bahá'i-vrouwen. Sheida Abedi, Maryam Mokhtari, Saghar Mohammadi en Simin Mohammadi werden elk veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf. De toegang tot een advocaat werd hun ontzegd.

Het Iraanse regime behoort tot de belangrijkste schenders van de rechten van religieuze minderheden. Leden van religieuze minderheden hebben in Iran tientallen jaren van discriminatie meegemaakt. In 2019 zijn ten minste vijftig christenen en bahá'ís gearresteerd.

Aanhangers van het Bahá'í-geloof worden systematisch lastiggevallen en vervolgd. Ze krijgen geen rechtvaardige toegang tot werkgelegenheid, onderwijs en politieke functies. Bovendien mogen ze geen economische, sociale of culturele rechten uitoefenen.